Shapers buiten Shape en hysterische kapsels

Shapers buiten Shape en hysterische kapsels

Je hebt het vast wel eens meegemaakt (zo niet on the daily): je komt iemand, die je altijd in een bepaalde omgeving ziet, tegen in een andere situatie en je kan hem of haar niet plaatsen. Omdat Shape evenveel buurthuis als sportschool is, hoef je de Albert Heijn in de Frederik Hendrikstraat maar in te lopen en je komt gegarandeerd iemand tegen. Of je ze herkent is een tweede natuurlijk, want die vent met zijn snelle broekie die altijd in jouw spinningklasje zit, staat nu opeens bij het rode wijn-schap in een driedelig pak. Of dat meisje, die ’s ochtends om 07:00 met de slaap nog in haar ogen steevast in het krachthonk staat, passeert je bij het vriesvak. Je herkent haar net te laat, want die zomerse jurk met torenhoge hakken heb je nog nooit gezien.

We kijken soms niet veel verder dan onze neus lang is, en dat is niet omdat we niet geïnteresseerd zijn, maar simpelweg omdat het er, naast alle andere honderden dingen waar we op een dag over na moeten denken, even bij inschiet.

Toen ik in groep 3 zat, bij mijn lievelingsmeester Bert in de klas, zat ik op een dag met een kwestie. Na er meerdere uren over te hebben gepeinsd, liep ik naar hem toe en vroeg ik ‘’Meester, wat doet u eigenlijk voor werk?’’. Ik kon me die man moeilijk voorstellen buiten ons klaslokaal, dus geen van de mogelijkheden die ik had bedacht (dokter, brandweerman, piloot misschien) kwamen mij geloofwaardig voor.

Uiteindelijk bleek (je raadt het niet) dat hele klaslokaal nu juist zijn werk te zijn, en hoewel ik niet kan ontkennen dat ik ietwat beledigd was om te ontdekken dat hij dus betaald kreeg om met ons te chillen, leek het me ergens ook wel weer logisch.

Meester Bert hoorde voor mij een beetje bij het meubilair, zoals bijvoorbeeld Levi dat bij Shape doet. De beste man komt niet alleen om 07:00 zijn eerste PT’tje geven, en rond 21:00 zijn laatste, maar loopt daar tussenin ook rond, kletst wat (oké, een heleboel), gooit een likkie verf op de muur, verplaatst een machine die nog niet op de juiste plek staat, enzovoorts. In feite maakt het dus niet uit op welk tijdstip van de dag je langskomt, de kans is zo goed als zeker dat je hem tegenkomt.

Shapers kennen elkaar voornamelijk sportief, en dus ook iedereen die mij niet op social media volgt, heeft waarschijnlijk geen fláuw idee waar ik me buiten alle squats zoal mee bezig houd. Nu zijn dit een hoop verschillende dingen, maar vorige week kwam ik na een lange dag shooten terug aan op Amsterdam Centraal. Ik zat midden in de spits – nu juist de hele reden waarom ik freelance ben gaan werken, maar soms ontkom je er niet aan – en ik dacht “had ik nu toch maar haar aanbod aangenomen”. De make-up artist met wie ik de hele dag gewerkt had vroeg het nog: “zal ik even je haar uitborstelen en je make up eraf halen?”, maar ik wilde naar huis dus riep nog net “nee hoor dankjeeeeee” voordat ik om het hoekje verdween en naar het station snelde. Spits, ontdekte ik dus toen. Een mogelijkheid waarmee ik doorgaans weinig rekening hou, en vandaag was dat best een beetje handig geweest. Mijn shoot was voor een haar-merk, en als er een themawoord op hun callsheet had gestaan was het ongetwijfeld HYSTERISCH geweest. Plukken getoupeerd haar staan rechtop op mijn hoofd, een bus glitterlak verspreid over mijn lokken en mijn make-up is héél erg smokey. Ik zie er leuk uit hoor, daar niet van, maar misschien meer voor een oud en nieuw feestje.

Maargoed, daar sta ik dus. Zitplaatsen zijn er niet meer, dus ik sta neus aan neus met Gerrit en Greta die net van hun bureautje zijn opgestaan en op weg zijn naar een warme hap met de familie. Met iedere hoofdbeweging die ik maak verspreid ik wat glitter op de schouders van de mensen om me heen en ik zié mensen gewoon denken “waar komt die in GODSNAAM vandaan”. Ik haal diep adem, want dat hoor je te doen in dat soort situaties, en denk maar weer wat ik altijd denk: ach, die mensen zie ik in ieder geval tóch nooit meer. Die gedachte brengt een glimlach op mijn gezicht terwijl de trein tot stilstand komt, en triomfantelijk huppel ik de trein uit terwijl ik – ojee – recht in het gezicht van een Shaper kijk. Als een paar sardientjes worden we beiden een andere kant opgevoerd door de menigte, maar ik zie nog net dat hij mijn “HEY!” beantwoord met een blik die betekent dat hij geen flauw idee heeft wie ik ben.

Twee dagen later ben ik aan het werk achter de bar. Terwijl ik bezig ben een cappuccino te maken zie ik in de spiegel mijn verwarde tramgenoot binnenkomen, in sport tenue uiteraard. Ik draai me om en roep “hey!”, de voorpret van de gedachte dat bij hem het kwartje zal vallen waarschijnlijk duidelijk op mijn gezicht te lezen. Hij kijkt even op van zijn telefoon, zegt “joe!”, en loopt vervolgens door het poortje heen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *